Faithlife
Faithlife

Exodus 4

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 1 view
Notes & Transcripts

Verbondszegen - en eis

Verwarrend

Er zijn van die geschiedenissen in de Bijbel die vragen bij je oproepen. Wat moet je er eigenlijk mee? Eén van die geschiedenissen hebben we vanmorgen gelezen: de geschiedenis waarin Mozes uiteindelijk na lang tegenstribbelen aan Gods bevel gehoorzaam is en naar Egypte gaat, waar zijn volk is. Hij is geroepen om het volk uit Egypte te verlossen en te leiden naar het Beloofde Land Kanaän. En uitgerekend op het moment dat Mozes eindelijk toegeeft aan Gods stem en zich beschikbaar stelt (zij het nog met de grootste aarzelingen) en samen met zijn vrouw en kinderen op reis gaat vanuit Midian naar Egypte en ergens overnacht, komt God naar hem toe en wil hem doden. Je wrijft in je ogen. Hoe kan dat nu? Eerst wil God dat Mozes Israël verlost, en even later dreigt hij Mozes te doden. En het is dat Zippora de vrouw van Mozes daadkrachtig ingrijpt en haar zoon besnijdt, anders was er van Mozes’ leiderschap met Israël niets terecht gekomen. Hoe heb ik het nu, vraag je je af. Zegt God de ene keer dit en een volgende keer dat? Is God wellicht wispelturig? Kun je wel op Hem aan? Kun je op Zijn woord aan? - Dat zijn de vragen waar dit gedeelte ons mee confronteert. En het zijn heel belangrijke vragen.
Juist ook vanmorgen, want daar hebben we gehoord en gezien hoe rijk Gods beloften zijn. Aan de hoofden van de kleine Eva, Hanna en Rosalie is het teken en zegel van Gods verbond bevestigd. God is waarachtig in Zijn beloften van verlossing en redding. Hij laat die beloften elke zondag verkondigen in de kerk. Elke zondag horen we het weer opnieuw: ‘Wend u naar mij toe, alle einden van de aarde, want Ik ben God en niemand anders! Tegen Israël zegt het nog iets specifieker: ik richt met u een verbond op. Ik neem zelfs je kinderen op in Mijn verbond. Ik wil voor hen zorgen!
Dat zegt God elke zondag ook tegen ons in de kerk. Dat alles zegt de HEERE tegen ons als we Bijbel lezen. En die boodschap doet God zichtbaar worden in de Heilige Doop (en in het Avondmaal). Door deze handeling maakt God de boodschap van Zijn heil niet slechts zichtbaar, maar Hij zet er als het ware ook nog eens Zijn handtekening onder. Zo waar ik God ben, zo waar is Mijn belofte! God staat er helemaal achter.
Dat God trouw en waarachtig is, maakt ook de betekenis van de doop uit. Maar hoe zit het dan met deze geschiedenis. Hoe komt het dan dat God zich in deze geschiedenis tegen Mozes schijnt op te stellen. Wat is daar de betekenis van? En dieper door gedacht op het feit dat Zippora ineens haar zoon besnijdt en Mozes ‘ Bloedbruidegom’ - wat is daar de betekenis van? Wat zegt deze geschiedenis ons over de doop?

De boodschap in een lastige geschiedenis

Deze geschiedenis heeft altijd veel vragen opgeroepen. Moderne uitleggers aarzelen er soms niet voor dit stukje af te schrijven als ‘oud verhaal over de besnijdenis’ of als een verhaal met een inmiddels achterhaalde boodschap die voor ons niet meer van waarde zou zijn.
Ik wil zo niet bij de Bijbel omgaan. Ook dit stukje Schrift is onderwijs van God. Maar dan rust op ons wel de taak om de boodschap ervan duidelijk te maken. Laten we om die boodschap te begrijpen, het verhaald nog even in zijn context, zijn achtergrond plaatsen. Dan begrijpen we in ieder geval de plaats die het stukje inneemt in het grotere verhaal van Mozes die naar Egypte gaat.

De achtergrond

Nog even voor de duidelijkheid. De achtergrond van deze geschiedenis is bekend. Ook jullie kennen de geschiedenis, jongens en meisjes.
Mozes was met zijn schapen in de buurt van Midian. Veertig jaar was Mozes nu al schaapherder bij zijn schoonvader Jethro, wiens dochter Zippora zijn vrouw was geworden.
Mozes was eerst een prins. Maar omdat hij een Egyptenaar doodsloeg die een Israëlitische man lastig viel, was hij op de vlucht geslagen. Farao wilde hem immers doden. Zo was de betrekkelijke jonge prins Mozes schaapherder geworden in Midian, een streek in het zuiden van het huidige Israël. Vergeten was hij zijn broeders in Egypte niet. Dat blijkt uit de naam die hij aan zijn eerste geboren zoon geeft. Gersom. Daar horen we het woord ‘vreemdeling’ in. Mozes was een asielzoeker. Hij hoorde niet echt thuis in Midian.
Maar ondanks dat gemis, verwachtte Mozes niet dat zijn leven een keer zou nemen. Toch gebeurde dat. Op een bepaalde dag was hij in de buurt van de Sinaï. En hij zag een brandende braamstruik. En het vreemde ervan was, dat deze bremstruik wel in de brand stond, maar niet verteerde. Toen hij een kijkje ging nemen, hoorde hij de stem van God: Mozes, kom niet dichterbij, dit is heilige grond. Mozes deed zijn schoenen uit en viel in ontzag voor God neer. God sprak tot hem!
God had een opdracht voor hem. Hij moest naar zijn volk terug en vertellen dat God hem verschenen was. God had de ellende van het volk in Egypte gezien en had medelijden met hen. Hij zou hen verlossen. Die boodschap moest Mozes aan het volk brengen. Daarbij zou Hij Gods naam moeten noemen: Jahweh: de God die er is. De God die er bij is!
Mozes reageerde verbaasd. Wie moest hij zeggen, dat Hem gezonden had. Hoe was de Naam van de God die hem nu stuurde. In welke naam moest hij naar de Israëlieten in Egypte gaan. Daarop maar God Zijn Naam bekend. Jahweh: de God die er is. De God die er bij is!
Maar Mozes is niet zo bereidwillig om te gaan. Daarop geeft God hem tekenen. Hij moet zijn staf op de grond werpen en die zal een slang worden. Als hij hem weer oppakt, wordt hij opnieuw een staf. Hij moet zijn hand in zijn jas doen, en als Mozes hem eruit haalt, blijkt die hand melaats te zijn. Als hij hem weer terug moet stoppen in de jas, blijkt hij weer gezond te worden.
Mozes krijgt ook te horen dat hij water in bloed zal kunnen veranderen. Allemaal bijzondere tekenen. Je zou zeggen: nu is Mozes toch wel overtuigd van zijn roeping. Nu is hij toch wel zeker van zijn zaak. Nu weet hij toch wel dat God meegaat. Maar nee, hij blijft aarzelen.
Ik durf niet, HEERE. Stuur alstublieft een ander. Als hij hoort dat hij naar de farao moet gaat, zinkt hem de moed in de schoenen? Hoe kan hij het volk uit Egypte leiden?
Dan komt Mozes met zijn laatste bezwaar: HEERE, ik kan niet spreken. God antwoord: heb ik de stem niet gemaakt. Kan ik er niet voor zorgen dat je spreekt? Mozes houdt aan. Dan wordt God boos, toornig. Goed, zegt de HEERE, ik stuur Aäron met je mee. Die zal het woord voeren. Maar jij bent de belangrijkste!

Gods zorg

Gemeente, het is een heel bekende geschiedenis die we even ophaalden. Maar hoe bekend ook, altijd ontroert ze ons door de tegenstelling. God roept en Mozes aarzelt. Hij durft niet. Wat God ook toezegt, hij durft niet.
Jongens en meisjes, ik kan dat best begrijpen van Mozes. Ik zou het ook niet gedurfd hebben om naar farao te gaan. Zeker, de farao die Mozes vroeger wilde doden, is niet meer in leven. Maar dan nog. Familie van hem zit op de troon. Wie zegt dat ze de Mozes van vroeger vergeten zijn. En dan de boodschap: tegen een machtige koning als Farao zeggen dat hij zijn goedkope arbeidskrachten vakantie moet gunnen om God in de woestijn bij de Sinaï te gaan vereren, - dat haal je toch niet in je hoofd. Vroeger had Mozes wellicht gedurfd, maar nu niet meer. Hij wil dan nog liever in Egypte blijven.
Mozes durft niet. Maar God zegt: ja gaat toch! En ik ga met je mee. God wordt zelfs een beetje boos op de halsstarrigheid van Mozes. Je gaat wel degelijk! Als God roept, kun je niet zomaar nee zeggen. Dat doen wij soms wel, maar het kan eigenlijk niet. Het mag ook niet.
Durf je niet met Hem te leven? God wil je helpen. Hij gaat met je mee. Ik ben erbij! Dat is ook de boodschap die de doopouders vanmorgen te horen krijgen. De HEERE wil erbij zijn. U sprak uw jawoord uit. God houdt u eraan. Maar tegelijk wil de HEERE u helpen dat jawoord in praktijk te brengen! Vraag het Hem.
Geen vader sloeg met groter mededogen
7
Geen vader sloeg met groter mededogen
Op teder kroost ooit zijn ontfermend' ogen,
Dan Isrels HEER' op ieder, die Hem vreest.
Hij weet, wat van Zijn maaksel zij te wachten,
Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten,
En dat wij stof, van jongs af, zijn geweest.
Op teder kroost ooit zijn ontfermend' ogen,
Dan Isrels HEER' op ieder, die Hem vreest.
Hij weet, wat van Zijn maaksel zij te wachten,
De geschiedenis van Mozes’ roeping is bijzonder troostvol. God neemt geen krachtpatsers in dienst, maar mensen die soms helemaal niet durven. Paulus zou later zeggen: God schat wordt vervoerd in aarden vaten. Zo wordt duidelijk dat God de eer ontvangt.
Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten,
En dat wij stof, van jongs af, zijn geweest.
We zien in deze geschiedenis dat God mensen inwint voor Zijn dienst. Hij maakt hen gewillig. Mozes vraagt toestemming aan schoonvader om die reis te maken. Die toestemming krijgt hij ook. Zippora en zijn zonen Gersom en Eliëzer gaan mee. Met z’n vieren gaan ze op reis.

Op reis

Eindelijk gaat Mozes naar Egypte. Hij vraagt toestemming aan schoonvader om die reis te maken. Die toestemming krijgt hij ook. Zippora en zijn zonen Gersom en Eliëzer gaan mee. Met z’n vieren gaan ze op reis.
Voordat ze op reis gaan, heeft de HEERE nog een boodschap. Open en duidelijk zegt de HEERE dat Hij van Israël houdt. Israël is van Hem. Het is Zijn volk. Daarom zal Hij het verlossen uit Egypte. Israël is zijn eerstgeborene. Zijn kind! Daarom zal - als farao Gods kind Israël - niet zal laten gaan, de eerstgeborene van de farao zelf sterven. God duldt niet dat mensen zich aan Zijn kind, Zijn erfenis vergrijpen.
Exodus 4:22–23 HSV
Dan moet u tegen de farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël. Daarom zeg Ik tegen u: Laat Mijn zoon gaan, zodat hij Mij kan dienen. Maar u hebt geweigerd hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene, doden.
Het gaat erom spannen tussen God en farao. Van wie is Israël? Wie heeft er recht op Israël. Dat is er maar één: God! God is Vader en Koning van Israël en dat zal hij ook duidelijk maken! Israël is het volk van Gods verbond. Het is Gods eigendom. Dat houdt in dat God het beschermen zal. Maar als volk van God staat Israël ook onder de verplichting God te dienen en te eren. Omdat ze het volk van de Heere zijn, moeten ze hem ook toegewijd zijn. Israël is Gods kind - Gods eerstgeborene - maar hij wil wel dat ze Hem als Vader en koning vereren.
Het gaat erom spannen tussen God en farao. Van wie is Israël? Wie heeft er recht op Israël. Dat is er maar één: God! God is Vader en Koning van Israël en dat zal hij ook duidelijk maken! Israël is het volk van Gods verbond. Het is Gods eigendom. Dat houdt in dat God het beschermen zal.
Maar als volk van God staat Israël ook onder de verplichting God te dienen en te eren. Omdat ze het volk van de Heere zijn, moeten ze hem ook toegewijd zijn. Israël is Gods kind - Gods eerstgeborene - maar hij wil wel dat ze Hem als Vader en koning vereren.
Dat is logisch. in het gewone, alledaagse leven is dat ook zo. Als je samen een gezin vormt, dan zullen de ouders hun kinderen liefhebben en voor hen zorgen. Zo hoort het te zijn. Als het niet zo is, is er wat fout. Maar kinderen zijn oog geroepen hun ouders lief te hebben en te doen wat ze vragen. Dat hoort bij een goede relatie. Zo is het ook met de relatie tussen God en Israël, God en Mozes. Dat komt scherp in deze geschiedenis naar voren. En beide dingen zijn ook van grote belang in onze doop.

God zoekt te doden

En zo is het ook met de relatie tussen God en Israël, God en Mozes. Dat komt scherp in deze geschiedenis naar voren. En beide dingen zijn ook van grote belang in onze dood.
Laten we dat even zien in deze geschiedenis. Mozes gaat op reis vanuit Midian. Onderweg doet hij een rustplaats aan voor de nacht. Veel zal het niet geweest zijn, maar hij kan er slapen. In die nacht komt God naar hem toe. En niet als een vriend, maar als een vijand. God zoekt Mozes te doden. God wil Mozes uit de weg ruimen. Wat er precies gebeurt, is niet helemaal duidelijk. Maar het lijkt erop dat Mozes ineens door een heel gevaarlijke ziekte getroffen wordt. En deze ziekte is heel speciaal een straf van God. Dat kun je zeker niet van elke ziekte zeggen, maar van deze ziekte wel. Hier helpt ook geen dokter. Hier is iets anders aan de hand. De oorzaak van Gods toorn is zonde en die zonde moet weg! Hier helpt geen medicijn, maar alleen het chirurgisch mes van God, dat de zonde wegsnijdt.
Zippora heeft het door wat er aan de hand is. Feilloos voelt ze aan waar de oorzaak van het probleem ligt. Ze neemt een vuurstenen mes en besnijdt de voorhuid van haar zoon. Vervolgens werpt ze die voor de voeten van de zieke Mozes. Beter kun je wellicht vertalen: ze raakte met die voorhuid zijn voeten aan. Gooien is waarschijnlijk iets te negatief vertaald. En ze zegt erbij ‘Bloedbruidegom’!
Daarmee is het probleem over. Want er staat ‘Toen liet Hij hem met rust, vanwege de besnijdenissen’.

Zonde van nalatigheid

Deze laatste tekst laat zien, wat er nu eigenlijk aan de hand was met Mozes. Waarom wil de HEERE hem doden? Wat was Mozes’ zonde? Mozes’ zonde was een zonde van nalatigheid. Het gaat er niet om wat Mozes nu precies fout deed, maar het gaat erom wat Mozes niet had gedaan. Mozes had iets heel belangrijks nagelaten?
Wat? Mozes had vergeten zijn kinderen te besnijden. En daarbij richt Gods aandacht zich eerst en vooral tot het laatste kind. Gersom. De oudste zoon was niet besneden. En dat neemt God zo hoog op dat Mozes erdoor met de dood bedreigd wordt.
Dat roept vragen op.
Allereerst het feit zelf. Waarom was dat kind niet besneden? We eten het niet. Mozes is waarschijnlijk zelf wel besneden, maar dat geldt niet zijn kinderen. In ieder geval niet zijn eigen kind.
Mozes is de uitvoerder van Gods bijzondere zorg. Maar hoe staat hij er eigenlijk zelf in. Zeker hij is geroepen. Hij is zelf overgehaald. Maar hoe staat hij eigenlijk zelf in het verbond.
Beide dingen komen hier naar voren.
sraël is het volk van de Heere.
Het volk van het verbond. Gods eigendom. Dat betekent bescherming. God zal hen daarom verlossen.
Dat betekent dat het volk ook onder bepaalde verplichtingen valt. Omdat ze het volk van de Heere zijn, moeten ze hem ook toegewijd zijn. Waar de Heere zijn handen oplegt, is op een bepaalde manier aan Hem verbonden.
Beide dingen komen hier naar voren.
Mozes is de uitvoerder van Gods bijzondere zorg. Maar hoe staat hij er eigenlijk zelf in. Zeker hij is geroepen. Hij is zelf overgehaald. Maar hoe staat hij eigenlijk zelf in het verbond.
Daaraan blijkt iets te mankeren. Mozes is waarschijnlijk zelf wel besneden, maar dat geldt niet zijn kinderen. In ieder geval niet zijn eigen kind.
Naar de reden ervan kunnen wij slechts gissen. Wij weten dat de besnijdenis hoorde bij Israël. Ook andere volken hadden soms een vorm van besnijdenis. Hadden de Midianieten het ook? Of was het een ander soort besnijdenis.
Het kan zijn dat Gersom - op de oudste zoon richt het verhaal zich - niet op de juiste manier besneden was. Maar het is waarschijnlijker dat Gersom helemaal niet besneden was.
Hoewel Mozes echt wel God diende, ws er een zekere sleur in zijn godsdienst gekomen. Hij kende de besnijdenis, hij had hem zelf ondergaan in Egypte toen hij als jongetje van 8 dagen door Amram en Jochebed besneden werd. Maar doordat hij zolang in het buitenland geweest was, was de de besnijdenis op de achtergrond geraakt. Het was er eenvoudigweg niet van gekomen.

Heiligheid van het verbond

En nu Mozes geroepen werd, werd dat gebrek ineens heel actueel en gevaarlijk. Want besnijdenis was een instelling van God. Je kon die instelling van God maar niet straffeloos aan de kant schuiven. God denkt aan zijn verbond met Israël en daarom roept hij Mozes om hen te verlossen. Gods verbond is de grond van Israëls behoud. Maar daarom kun je natuurlijk nooit het tegen van Gods verbond slordig behandelen. Juist omdat het verbond zo belangrijk was, was de besnijdenis zo belangrijk. Ze was het teken en zegel van Gods verbond.
God geeft zijn tekenen nooit voor niets. Het is maar niet om het even of je naar God luistert of niet. Zijn inzettingen zijn heilig. Dat stond ook al in Genesis.
Genesis 17:12–14 HSV
Elk kind bij u van acht dagen oud, al wie mannelijk is, moet besneden worden, al uw generaties door: degene die in uw huis geboren is én degene die van enige vreemdeling voor geld gekocht is, die niet tot uw nageslacht behoort. Degene die in uw huis geboren is én degene die met uw geld gekocht is, moeten zeker besneden worden. Zo zal Mijn verbond in uw vlees tot een eeuwig verbond zijn. Maar hij die mannelijk en onbesneden is, van wie het vlees van zijn voorhuid niet besneden wordt, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden; hij heeft Mijn verbond verbroken.
Genesis 17:12–13 HSV
Elk kind bij u van acht dagen oud, al wie mannelijk is, moet besneden worden, al uw generaties door: degene die in uw huis geboren is én degene die van enige vreemdeling voor geld gekocht is, die niet tot uw nageslacht behoort. Degene die in uw huis geboren is én degene die met uw geld gekocht is, moeten zeker besneden worden. Zo zal Mijn verbond in uw vlees tot een eeuwig verbond zijn.
God gaat Zijn eerstgeboren zoon, zijn lieve kind Israël verlossen. Dat zal uiteindelijk zelf de dood van farao’s oudste zoon kosten. Zou God het dan over zijn kant laten gaan, dat de eerstgeboren zoon van Mozes onbesneden blijft. Zeker niet! Mozes moest een voorbeeld voor Israël zijn. Zeker hij mocht nu geen fouten maken in de dingen van het verbond.
Gen.
Mozes moest een voorbeeld voor Israël zijn. Zeker hij mocht nu geen fouten maken in de dingen van het verbond.

Felheid van de geschiedenis

Wat ons opvalt in deze geschiedenis is de ongemene felheid. God zoekt Mozes niet minder dan te doden. Zo erg neemt hij dit vergrijp. Hij zegt niet: Mozes: we moeten het nog ergens over hebben. Zou je eerst je kinderen niet besnijden. Nee, het gaat er veel feller en scherper aan toe. God die zo geduldig en vriendelijk was met Mozes toen hij hem riep, is nu heilig vertoornd. Het is dat Zippora ingrijpt, anders was het radicaal fout gelopen.
Je wrijft je de ogen uit. Wat zegt dit over het karakter van God. Hij is toch liefdevol, geduldig. God is toch goed? Jazeker is hij dat. Maar Hij is ook heilig. En die heiligheid kan soms zeer bedreigende vormen aannemen. Daar zijn wel meer voorbeelden van te geven in de Bijbel. Uzza die zijn hand uitstrekte en ark tegenhield die van de wagen naar beneden viel.
Gods is oneindig goedertieren, maar ook oneindig heilig. Het is goed om dat te beseffen. Ook in een doopdienst. Want deze geschiedenis heeft ook grote betekenis voor ons. Het is een woord van God tot ons.

Doop: liefde en scherpe kanten

In doopdienst staat Gods verbond centraal. God belooft ons ontzaglijk veel. De Vader wil zorgen. De zoon wil reinigen. De Geest wil vernieuwen. Wat een enorme schatten. Als ergens de liefde van God spreekt, dan is het wel in de doop. In het bijzonder in de kinderdoop. ‘t is ook ontroerend mooi: God strekt naar onze kinderen de hand uit.
Tegelijk zijn er in de doop ook heel scherpe kanten. Wij zijn met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren. We moeten gereinigd worden. We kunnen in het rijk van God niet komen tenzij wij opnieuw geboren worden. Dat is een heel ernstige boodschap.
Ik denk ook aan die andere woorden: Je hebt als ouder beleden dat onze kinderen aan allerlei ellende en zelfs aan de verdoemenis onderworpen zijn. Heel scherp wordt benadrukt: zoals je bent, ben je niet aangenaam. Je bent een kind van Adam. Maar tegelijk laat het zien: Gods wil Adamskinderen inlijven in zijn verbond.

Belofte vraagt om antwoord

Maar dan is er nog iets. Het geloof vraagt ook om een antwoord. Om een reactie van ons. Het vraagt geloof en gehoorzaamheid. We kunnen Gods beloften niet zomaar voor lief nemen.
De belofte is niet als een diploma. Af en toe ruim je je kasten op en dan kom je ze tegen: diploma’s van vroeger. Zwemdiploma’s, diploma’s van een middelbare school (als je dit hebt), diploma’s van hoger onderwijs. Soms heb je die diploma’s nodig. Dan moet je ze een keer overleggen, bijvoorbeeld bij een sollicitatie. Maar sommige bewijsstukken heb je nooit meer nodig: een trouwboekje, een doopkaart. Daar hoe je verder nooit iets mee te doen. Voor sommige mensen is een doop net als een doopkaart. Hij ligt ergens onder in een kast. Ik doe er niets mee. Ik leef niet met de God van mijn doop. Hij is eigenlijk een vreemde voor ons.
Maar sommige bewijsstukken heb je nooit meer nodig: een trouwboekje, een doopbewijs. Daar hoe je verder nooit iets mee te doen.
Voor sommige mensen is een doop net als een doopkaart. Hij ligt ergens onder in een kast. Ik doe er niets mee. Ik leef niet met de God van mijn doop. Hij is eigenlijk een vreemde voor ons.
Weet u: als u zo leeft, brengt u de belofte van de doop in gevaar. De prachtige beloften blijven werkeloos liggen, omdat je er nooit wat mee doet. Nu is God oneindig geduldig. Hij wacht op mensen. Hij wacht om genadig te zijn. Een zondaar die tot hem komt, al was het in het laatst van zijn leven, is bij Hem welkom. Denk maar aan de moordenaar aan het kruis.
Maar als je het woord van God blijft verwerpen, dan zal zijn oordeel je deel zijn. Je kunt Gods verbond niet straffeloos aan de kant schuiven.
In het doopformulier wordt dat heel duidelijk gezegd.
Kerkboek Hertaalde formulieren gezangen Formulier om de Heilige Doop te bedienen aan de kleine kinderen van de gelovigen

In de derde plaats, omdat elk verbond twee kanten in zich heeft, worden wij door God door middel van de doop opgeroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit betekent dat wij innig verbonden zijn met deze enige God – Vader, Zoon en Heilige Geest – , Hem vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel, in heel ons denken en met al onze krachten. [Mt 22:37] Verder, dat wij ons van de wereld afkeren, onze oude natuur doden en in een nieuw, godvrezend leven wandelen [Tit. 2:12]. En wanneer wij soms uit zwakheid in zonden vallen, moeten wij aan Gods genade niet twijfelen, en ook niet in de zonde blijven liggen. De doop is immers een zegel en ontwijfelbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond der genade met God hebben.

De doop vraagt om een antwoord! Het gaat daarbij om het antwoord van de doopouders en van de dopelingen.
De doopouders hebben de opdracht hun kinderen bij het opgroeien breder te onderwijzen in de beloften en geboden van God. Ze mogen wijzen op de goedheid en heiligheid van God. Ze mogen de verhalen vertellen uit de Bijbel, waarin dat naar voren komt.
Dat is een mooie taak, maar ook een verantwoordelijke raak.
De dopelingen zijn geroepen om - door het onderwijs van de ouders, van de kerk, van de school: de HEERE te leren kennen en dienen. God vraagt om hun hart! God vraagt ook vanmorgen aan jou om een antwoord op de doop. Mijn Zoon, mijn dochter, geef mij je hart.

Belofte en eis

God belooft je eeuwig redding. God vraagt je hart en gehoorzaamheid.
Nee, dan is het niet een soort deal. God belooft wat en ik moet ook wat doen. Zeg maar God doet 80% en ik doe 20%. Gods belofte is 100%. Maar Hij vraagt wel ons geloofsantwoord. Hij wil dat ook nog door zijn heilige Geest werken. Dat heeft Hij zelfs beloofd in de doop. Maar Hij vraagt wel dat we Hem zoeken! Zoek mij met je hele hart. Opent uw mond, en ik zal Hem vervullen! God vraagt ons hart. God vraagt onze gehoorzaamheid.
En dat het niet om het even of je daarop reageert, maar deze geschiedenis duidelijk. Mozes is geroepen om het heil van Gods verbond te verkondigen, maar voordat hij het doet, wordt hij heel scherp geconfronteerd met de eis van Gods verbond. Het verbond is ook iets ernstigs.
Beide kanten gelden ook nu. We mogen aan de belofte van God niets afdoen, maar aan Zijn eis evenmin. Er is verbondszegen, maar is er is ook de sanctie als we niet naar Hem luisteren. Vrijblijvendheid kent de Bijbel in dit opzicht niet. God houdt zich aan Zijn woord, maar Hij roept ons aan ons woord te houden. Het verbond vraagt - nogmaals gezegd - om een geloofsantwoord! Het vraagt om het dienen en gehoorzamen van de HEERE.

Bloedbruidegom

Nog eventjes naar de geschiedenis. Zippora wendt het gevaar af door doortastend te handelen. Ze greep een vuurstenen mes om Gersom, de zoon van Mozes en haar te doden. Ze zegt daarbij ook iets tegen Mozes: Jij bent een bloedbruidegom.
Het woord bloedbruidegom betekent eigenlijk: nu zij wij pas echt man en vrouw. NU zijn we aan elkaar verbonden door het bloed. Het bloed dat vloeide bij de besnijdenis van Gersom (en ook Eleazar) bezegelt ons huwelijk en behoudt ons kind.
In de geschiedenis van de uitleg is Zippora wel eens heel slecht weggezet. Ze zou boos zijn geweest. Want ben je nu voor een bruidegom. Je bent een bloedbruidegom. Alleen door bloed kan ons huwelijk gered worden. Bah! Het is echter de vraag of Zippora het echt zo bedoelde.
Je kunt het ook veel positiever opvatten. Zippora ziet de waarde van het bloed. Het bloed van de besnijdenis redde haar kind. Het bloed was de redding van haar kind en haar huwelijk.
Als we het zo zien, komt Zippora in een gunstig licht te staan. Het was een vrouw die op het juiste moment de verantwoordelijkheid overnam. Dit betekent niet dat je als vrouw zomaar moet gaan dopen - onze situatie verschilt met die van Mozes - maar het betekent wel dat je als vrouw soms een heel eigen verantwoordelijkheid hebt.

Christus

Bloedbruidegom: zo noemde Zippora Mozes. Een bruidegom als door bloed verkregen. Een redding door het bloed van het verbond. De oude kerkvaders en ook veel latere uitleggers zagen hierin een heenwijzing naar de Heere Jezus. Hij was het die Zijn gemeente (zijn verbondsgemeente) kocht en betaalde met het bloed. Toen de toorn van God haar dreigde te verdelgen, ging hij voor haar staan om haar te beschermen en te redden. Hij gaf Zijn leven voor haar. Hij ging ten onder aan het kruis. Hij gaf Zijn leven. De Vader zocht hem te doden, omdat Hij zich als Borg gesteld had voor Zijn kerk.
En zo kocht hij haar.
Ef 5:25-27
Efeziërs 5:25–27 HSV
Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord, opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.
Bloedbruidegom: Door bloed werden het huwelijk en de kinderen gered. Jezus is het. Laten we het van Hem verwachten. Naar Hem wees de doop heen. Hij is het lam dat de zonde der wereld wegneemt: zie het Lam van God!

Zippora

Nog heel even over Zippora. Waarschijnlijk is zij met haar zoon - die al wat ouders was. zeker 20-30 jaar; ze waren al bijna veertig jaar getrouwd - achtergebleven in de woestijn. Hij moest eerst aansterken. Later heeft ze zich weer bij Mozes gevoegd (). Zo is het goed gekomen.
Zo
Als we het zo mogen zeggen: God zorgde voor Mozes, Zippora, Gersom en Eliëzer!
AMEN
Later zal Mozes zelf in de wet schrijven, dat wie zich niet houdt aan de woorden van God, uitgeroeid zal worden... (NAZIEN).
Later zal Mozes zelf in de wet schrijven, dat wie zich niet houdt aan de woorden van God, uitgeroeid zal worden... (NAZIEN).
Gods verbond is iets prachtigs, maar het vraagt ook wat. Het vraagt allereerst het serieus nemen van het verbondsteken.
Hoe hoog God dat opneemt, blijkt wel als er staat: dat God Mozes in de plaats waar Mozes overnacht hem ‘ ontmoet en zoekt te doden’. Zo ernstig neemt God blijkbaar dit vergrijp op.
Het is niet helemaal duidelijk wie die hem is. Maar het meest logisch is dat we het opvatten als Mozes. God zoekt Mozes te doden.
God zoekt te doden - maar God had hem toch nodig? Ja, God wilde Mozes gebruiken. Maar Hij wilde wel dat Mozes als VOORBEELD zou fungeren. Als Mozes een loopje nam met de besnijdenis, hoe zou hij dan ooit de rest van de wetten kunnen afkondigen.
Zocht hem te doden. God lijkt hier een tegenstander. DAt is hij in zekere zin ook. Luther: deus absconditus. Dit betekent niet dat de dreiging niet reëel is. God laat niet met zich sollen. Ook niet door Mozes en zeker niet als het om het verbond gaat.
Zippora komt in actie. Met een stenen mes.
Ze besnijdt haar zoon en raakt met de voorhuid Mozes’. Voeten aan.
RELATED MEDIA
See the rest →
RELATED SERMONS
See the rest →