Faithlife
Faithlife

Gemeenteopbouw

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 2 views
Notes & Transcripts

Vorige week vertelde ik u reeds dat ik de komende tijd aandacht wil schenken in  de prediking aan de opbouw van de gemeente.

Het Nieuwe Testament gebruikt een aantal verschillende beschrijving om te laten zien wat de gemeente is. Eén van de beelden is het beeld van een gezin waarin je wordt geboren en waarin God ons als Vader getekend wordt. In dat beeld hebben we ook veel broers en zussen. Een ander beeld is dat het beeld van een koninkrijk waarvan we als gelovigen burgers zijn. In dat beeld regeert Jezus Christus als onze koning. Andere Schriftgedeelten spreken van een lichaam. Een lichaam waarvan we een onderdeel zijn in eenheid en verscheidenheid. Deze morgen wil ik met u een gedeelte lezen dat spreekt van de gemeente als een gebouw waarin elke christen een plaats heeft als steen.

Onze tekst van deze morgen is 1 Petrus 2: 1-10

Gemeente van Jezus Christus. Koning Salomo bouwde 7 jaar over de tempel en 13 jaar over het paleizencomplex. Ik weet niet hoe dat met u zit, maar als ik ergens aan begin dan heb ik nog weleens last van ongeduld. Dan wil ik alles wat in mijn hoofd zit het liefst direct gerealiseerd zien. Dat betekent dat je het gevaar loopt dat je voor de muziek uitloopt, het betekent ook dat je gemakkelijk op andermans tenen gaat staan. Mocht u het gevoel hebben dat ik op uw tenen heb gestaan, dan bied ik u mijn excuus aan en vraag ik u mij te vergeven.

De eerste vraag die uit het gelezen Schriftgedeelte naar voren komt is: wat ben je?

Het eerste beeld wat Petrus gebruikt, is dat van een baby. De groei van een mensenkind en van het geloof vertonen overeenkomsten.

Wanneer een kind geboren wordt en het krijgt honger dan wil het de borst, verlangt het naar melk, onvervalste moedermelk. Zo verlangt iemand die pas gelovig is geworden naar geestelijk voedsel. Iemand die tot geloof komt is nieuwsgierig en wil alles onderzoeken. Die gaat de bijbel lezen en die wil er alles over weten. Wie wil groeien in zijn geloof zal de Schrift moeten onderzoeken. Die zal zich moeten verdiepen in de dingen van het geloof. Wanneer dat niet zo is, dan zit er iets niet goed. Zo ook bij een baby. Wanneer een baby niet drinkt dan is er iets mis. Wanneer het groeit en de dingen gaat onderzoeken dan brengt dat vreugde. Zo is het ook in het geloof.

Waarom is dat een rede tot vreugde? Volgens Petrus is dat een rede tot vreugde omdat iemand opgroeit tot zaligheid. Een mens die iets van Gods grootheid en goedheid heeft leren zien verlangt naar een leven dicht bij God. Er zijn christenen die daar methodes voor gebruiken. Dat is denk ik prima, alleen die methodes werken niet voor iedereen. De één leeft dicht bij God door in de Bijbel te lezen en te studeren en de ander leeft dicht bij God in de natuur. De één moet om te kunnen bidden in een kamer zitten zonder anderen terwijl een ander het liefst op de fiets zit om te bidden.

Waarom is dat belangrijk dat wij dicht bij God leven? Zoals een baby het best groeit en volwassen wordt in de liefdevolle nabijheid van de moeder zo groeit een christen in Gods nabijheid. Dat groeien in Gods nabijheid is belangrijk voor het heil van ons mensen, voor onze verlossing schrijft Petrus. We ervaren in Gods nabijheid zijn goedheid. Fantastisch is dat Gods goedheid ervaren in het leven. Dat gebeurt echt niet alleen op de hoogtepunten, ik ken veel mensen die juist op de dieptepunten in hun leven Gods goedheid ervaren.

Het derde aspect van het persoonlijke van een gemeentelid is: ben je een levende steen. Wanneer ik de gedachten en beelden van Petrus in op een volgende fases zet dan wordt je van baby uiteindelijk volwassen en als volwassen christen zou je een levende steen moeten zijn.

Met de term ‘levende steen’ raak je aan gemeenteopbouw.

In het OT is er diverse keren sprake van een levende steen

De eerste keer dat er sprake is van een levende steen is in het OT in relatie tot de Messias. Zo is er sprake van de steen die door de bouwers werd afgekeurd[1]. Echter God heeft deze afgekeurde steen tot hoeksteen verheven. God zelf wordt een steen genoemd waar de mensen over struikelen[2]. De Messias is de steen waarop God uiteindelijk het fundament van zijn rijk zal bouwen[3], op die steen kan de mens vertrouwen. In het NT wordt de term ‘levende steen’ gebruikt in relatie tot Christus. Het evangelie van Johannes ziet in Christus ook de steen, de rots in de woestijn waarop Mozes slaat. Dan stroomt er levend water uit. De woorden ‘levende steen’ houdt een tegenstelling in. Een steen leeft niet. Steen is een dode materie, of dat nu gaat om stenen uit de natuur (hoe prachtig ook) als stenen met mensenhanden gemaakt. Echter in de Bijbel lezen we ook de gedachte dat stenen een blijvende waarde hebben. We lezen hoe materie door Gods handelen tot iets levends kan worden, zoals de gedachte dat God uit stenen kinderen van Abraham kan maken.

Christus is de levende steen.

Deze gedachte komen we ook bij Petrus tegen. De metafoor Christus de levende steen, drukt een totaal nieuwe situatie uit. Hij is de steen die het fundament vormt van een nieuwe tempel voor God. Hij is de hoeksteen waarop deze nieuwe tempel rust. Het is God zelf die Christus tot hoeksteen uitkoos, volgens Petrus. Christus is in Gods ogen niet alleen de hoeksteen maar is Hij onvervangbaar. De status van Christus is in Gods ogen zo groot dat niemand die plaats in kan nemen.

Dat brengt mij bij de woorden van Paulus dat de gelovigen zich als levende stenen moeten laten gebruiken. Stenen zijn van oorsprong dode materie of het nu om natuurlijke stenen gaat of om door mensenhanden gemaakt materiaal. Echter stelt God wanneer mijn Geest dode materie aanraakt dan komt ze tot leven. Zo is het ook met de mens. De mens die door Gods Geest wordt aangeraakt komt tot leven. Dat zien we bijvoorbeeld op de eerste Pinksterdag in het boek Handelingen. Er gebeurt iets. God laat iets zien van wat komen gaat. De Babylonische Spraakverwarring wordt even opgeheven. Mensen die elkaars taal niet spraken kunnen elkaar verstaan. Er ontstaat iets totaal nieuws in het boek Handelingen, namelijk een gemeenschap van gelovigen uit alle volken. Niet alleen Joden maar ook heidenen gaan in God en zijn Messias geloven. Zij vormen samen een nieuw geestelijk huis, een nieuwe tempel. Door de eeuwen heen, 2000 jaar heeft God aan deze nieuwe tempel gewerkt. U en ik mogen erbij horen. God wil ons als levende stenen in de bouw van deze nieuwe tempel gebruiken.

Hoe moet ik mij dat voorstellen? Dat vraagt offers. Een tempel vraagt om offers. Dat is een stukje continuïteit tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Alleen hoeven in de nieuwe tempel geen dieren meer geofferd te worden. Offers van vlees en bloed zijn in het Nieuwe Verbond overbodig omdat Jezus Christus zichzelf als offer gaf. Echter de offers die van gelovigen gevraagd worden zijn geestelijk van aard. Van elke gelovige worden deze offers gevraagd: dus ook van u en mij. Hoe moeten we het begrip ‘geestelijk offer’ zien? Ik denk dat het te maken heeft met de inhoud en de vorm van ons geestelijk leven. Het offer dat wij brengen heeft te maken met de relatie die wij met God hebben. Zijn wij in ons geestelijk leven gericht op ons zelf, of op elkaar of op God. Daar raken we aan de samenvatting van de geboden: God liefhebben, onze naaste liefhebben en onszelf liefhebben. Deze drie horen onlosmakelijk bij elkaar. God heeft u naast Israël tot Zijn volk verkoren. Waren de priesters onder het Oude Verbond uit het geslacht van Aäron, nu zijn alle gelovigen priesters. In het Nieuwe Verbond geldt het priesterschap van alle gelovigen. Elke gelovige draagt even veel verantwoordelijkheid in de opbouw van de gemeente als een kerkenraadslid of een predikant. Iemand die een levende steen wil zijn in navolging van Jezus Christus draagt zijn steentje bij in die nieuwe tempel die Christus heeft opgericht. Niemand uitgezonderd. Weet u een geestelijk offer is een offer dat geen pijn doet omdat je God daarmee een plezier wil doen. Ik denk dat daar ook de kernvraag ligt van gemeente-zijn: wil je God een plezier doen ja of nee. De taak van een priester is om God te eren. In de tempeldienst werd niet alleen geofferd maar ook gemusiceerd en gebeden. Uiterlijk zag de dienst er heel anders uit dan onze eredienst. Echter in diepste wezen ging het om hetzelfde: God eren, God danken, Gods naam groot maken. Daarnaast was het de taak van de priester om door het brengen van offers om de schuld van mensen tegenover God teniet te doen. Christus heeft met zijn offer de schuld van mensen teniet gedaan. Aan u en mij de taak om geestelijke offers te brengen. Dat kan door ambtsdrager te worden, het kan ook door actief in de gemeente te zijn. Daarbij hoort volgens Paulus dat wij niet verzuimen de eredienst bij te wonen, waar we met elkaar God lofoffers brengen. Amen.


----

[1] Psalm 11822  De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden

[2] Jesaja 8:14 Hij zal een heiligdom zijn, maar ook de steen waaraan men zich stoot, de rots waarover de twee koningshuizen van Israël struikelen,

[3] Jesaja 2816 Maar dit zegt God, de HEER: Ik leg in Sion een fundament met een uitgelezen grondsteen, een kostbare hoeksteen. Wie zijn vertrouwen daarop grondvest, hoeft geen andere toevlucht te zoeken.

RELATED MEDIA
See the rest →
RELATED SERMONS
See the rest →