Faithlife
Faithlife

Handelingen 17

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 1 view
Notes & Transcripts

Gemeente van Jezus Christus. Het gedeelte van Paulus op de Areopagus is niet alleen interessant in de context van toen maar ook in de context van vandaag. Het draait om de vraag: hoe sta je in de cultuur van je tijd. Ken je de cultuur van de tijd en besef je ook wat de cultuur met je doet op het terrein van geloof en op je handelen. De problematiek is namelijk dat de cultuur en je leefomgeving constant veranderen terwijl het geloof qua inhoud hetzelfde blijft. Ik heb al eens gezegd in een preek dat ‘er niets is wat altijd zo geweest is, omdat elke vorm op een gegeven moment ontstaan is’. De inhoud van het geloof is door de eeuwen heen echter niet veranderd. Ik ontdek steeds meer dat wij – ikzelf ook – inhoud en vorm met elkaar verwarren. De vormen, de riten, die wij kennen om onze geloofsinhoud gestalte te geven zijn door de eeuwen heen steeds weer veranderd.

Om u dat duidelijk te maken het volgende voorbeeld: de apostelen en de andere discipelen van de HEER gingen in Handelingen naar de tempel en namen daar deel aan de eredienst, die voor het grootste deel bestond uit het brengen van offers.

In onze tijd brengen wij geen offers meer, of het moet in de collecte zijn. Echter voor de meeste van ons, een enkeling daargelaten, is de bijdrage in de collecte geen offer.

Onze erediensten zijn woorddiensten, die een omlijsting kennen van liederen van aanbidding en lofprijzing. De meest concrete verwijzing naar het offer is het Gebed om Vergeving en de Genadeverkondiging. Namelijk we doen een beroep op Gods Vergeving op grond van het lijden en sterven van de HEER en verkondigen op grond van zijn opstanding Gods genade. Daarnaast worden we opgeroepen om naar Gods eer te leven.

Het bijbelgedeelte beschrijft hoe Paulus’ verontwaardiging groeit. Athene is vergeven van godenbeelden. Wie de Griekse Literatuur kent, weet dat er gruwelijk veel goden in de Griekse wereld waren. Deze afgoderij irriteerde hem mateloos en hij gaat met inwoners van Athene in debat. Eerst zoals zijn gewoonte was met de Joden en Griekse vereerders van God. Hij preekte hen de opstanding van Jezus Christus.

Hoe moeilijk luisteren is blijkt wel dat enkele filosofen hem niet goed begrepen. Athene was in die tijd een intellectueel centrum van de Grieks-Romeinse wereld en tegelijk de godsdienstige hoofdstad van Griekenland. Deze filosofen zagen hem volgens verschillende vertalingen, als een: betweter, praatjesmaker of een babbelaar. Letterlijk staat er in het Grieks een niet bestaand Nederlands Woord: sperma van woorden. De groep Epicureeërs waren mensen die van mening waren dat het doel van het leven was: zoveel mogelijk plezier maken als mogelijk, vrij van pijn, verstorende elementen, inclusief de angst voor de dood. Goden waren er volgens hen wel maar die bemoeiden zich niet met de mensen. De andere groep waren de Stoïcijnen die geloofden dat alles god was en god in alles was. Ze waren van mening dat zowel het goede als het slechte van de goden kwamen en dat kon je niet ontlopen. Er was volgens hen geen direct doel voor de mensheid. Beide groepen vonden hem een verkondiger van vreemde goden. Tegelijk waren de Atheners mensen die voor niets anders tijd hadden dan nieuwtjes. Dus aan de ene kant vastgebakken zitten in bepaalde gedachten en vormen en aan de andere kant vreselijk nieuwsgierig.

Wanneer Paulus dan voor een uitgelezen gezelschap op de Areopagus zijn toespraak houdt kan hij niet aan de Bijbel refereren, omdat ze totaal geen kennis hebben van de Bijbel. Hij begint bij hun godsdienstigheid. De Atheners waren in die tijd de meest godsdienstige mensen die er bestonden. Paulus gebruikt dit echter niet op een positieve manier. Karl Barth, een bekend theoloog, zegt van godsienstigheid dat ze gelijk is aan heidendom. Godsdienstigheid wil zeggen dat men vastzit aan bepaalde gewoonten en gebruiken los van de inhoud van het geloof. De inhoud van het geloof is belangrijker dan de gewoonten en gebruiken.

Tegelijk probeert Paulus op directe wijze heel dicht bij hen te komen door te wijzen op het altaar van de ‘onbekende god’. Zo’n 600 jaar daarvoor had iemand tijdens een vreselijke plaag, een kudde schapen losgelaten. Waar een schaap ging liggen werd het geofferd aan de godheid wiens tempel het dichts bij was. Wanneer er geen tempel in de nabijheid was dan werd er een altaar op gericht voor de onbekende god.

Paulus verkondigt daar God als schepper van hemel en aarde. Deze God woont niet in door mensen handen gemaakte gebouwen. God past niet in aardse gebouwen. Hij laat zich ook niet bedienen door mensenhanden. Hij is de schenker van de levensadem. Zijn luisteraars krijgen iets zo totaal anders te horen dan ze gewend waren dat dit revolutionair was, wat Paulus zei. Juist omdat God ons het leven schenkt kunnen wij God niet vatten in aardse materialen.

Paulus begint dus bij God als Schepper, vervolgens stelt hij: de mens is door God geschapen. Tevens betoogt hij dat wij geroepen zijn tot een nieuwe levenswijze. Vervolgens predikt hij dat wij op een dag verantwoording over de inhoud van onze relatie met Hem moeten afleggen en hoe dat in ons leven vorm gekregen heeft. 

Vanuit deze laatste gedachte stapt Paulus in zijn toespraak over naar Jezus Christus die door God is aangewezen om dit oordeel uit te voeren. Het bewijs daarvoor dat Jezus Christus daartoe is aangewezen: zijn opstanding uit de doden. De opstanding is voor Paulus de kern van het Evangelie. Niets in het christelijk leven heeft betekenis zonder de opstanding van Christus. In de opstanding laat God zien dat het leven en lijden van Jezus Christus van onschatbare betekenis is. Geen enkel offer, van ongeacht de hoeveelheid van dieren kan die betekenis ook maar enigszins benaderen.

Weet u, toen konden veel mensen nog wel meekomen met de gedachte van God als Schepper. Vandaag de dag wijzen velen de gedachte dat God hemel en aarde geschapen heeft af op grond van de evolutietheorie van Darwin. Darwin die zelf in God als de Schepper geloofde. Echter de filosofen en toehoorders van Paulus haken af op het moment dat Paulus stelt dat er een opstanding der doden is. Ze drijven er de spot mee. Dat komt voort uit de gedachte dat veel Griekse filosofen in die dagen wel de gedachte van de onsterfelijke geest aanhingen maar niets wilden weten van de opstanding van het lichaam. De ultieme vorm van heerlijkheid was voor hen ‘een geestelijke vorm van bestaan’. Er zijn twee mensen uit de vele luisteraars die tot geloof komen.

Paulus preek is ook voor vandaag van groot belang. God als schepper van hemel en aarde hoort bij het geloof. Het staat niet voor niets aan het begin van de geloofsbelijdenis. Het is als het ware een introductie tot het geloof voor een heidense cultuur. Omdat wij hier mijns inziens met een kort verslag van Paulus preek te maken hebben mogen we aannemen dat Paulus zeker over het lijden en sterven van onze Heiland gesproken heeft. Immers zonder dat geen opstanding. In de verkondiging van het Evangelie horen schepping en Jezus lijden en sterven onlosmakelijk bij elkaar. Ook kun je de verlossing niet los zien van het oordeel dat eens geveld zal worden. Tegelijk is Gods genade zo groot dat we uit geloof mogen leven.

Amen

RELATED MEDIA
See the rest →
RELATED SERMONS
See the rest →