Faithlife
Faithlife

Klaagliederen 3 GEDENKEN EN GELOVEN

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 1 view
Notes & Transcripts

GEDENKEN EN GELOVEN

Gemeente van Christus, j.l. donderdag gedachten wij de Hemelvaart van onze HEER. Het was KONINKRIJKSDAG. De opgestane HEER werd niet alleen verheerlijkt in de OPSTANDING maar Hij werd opgeheven en de EEUWIGE plaatste Hem aan Zijn rechterhand. Deze zondag valt tussen HEMELVAART en PINKSTEREN.

Deze zondag is bovendien een nationale dag, de dag waarop wij gedenken dat mannen en vrouwen hun leven gaven voor onze vrijheid.

Ik heb daarom gekozen voor de tekst uit de Klaagliederen van Jeremia 3:25-27 “Goed is de HEER. Het thema is: gedenken en geloven.

Elk mens heeft een verhaal. Het ene verhaal is het andere niet. Toch is er in bijna elk mensenleven wel een verhaal over lijden. Het ene verhaal is gruwelijker dan het andere. Elk lijden heeft z’n eigen kant.

De mensen die zijn omgekomen tijdens het bombardement van Rotterdam, hun familieleden die achterbleven met de pijn van het gemis. Verder de mensen die bij de verdediging van ons land en het rijksdeel dat nu Indonesië is, sneuvelden. De vele landgenoten die omkwamen in de kampen. De verhalen die ons vertellen over de pijn en het lijden zijn ons overgeleverd door de weinige overlevenden. De verzetsmensen die in het verzet tegen de vijand sneuvelden. De velen in Indonesië die omkwamen in de kampen en in het verzet. Ik kan zo nog wel even doorgaan. In veel families is er nog steeds de pijn die tot vandaag is gebleven.

De oorlogsjaren waarin mensen leden aan onderdrukking, uitbuiting en op het laatst ook aan honger. Velen van hen gingen op zoek gingen naar troost en bemoediging. Velen vonden troost in het geloof. Bemoediging in het verzet tegen het nationalisme, troost voor het gemis van hun geliefden.

Een soortgelijke situatie deed zich voor in de tijd van de profeet Jeremia.

De vernietiging van de stad toen het volk in Ballingschap werd gevoerd. De vernietiging van de tempel van God. De nood van stad en volk komen uit de mond van de vrome die zich bewust is van deze ellende. Hij lijdt met hen mee. Hij wordt geteisterd door honger. Hij is lichamelijk gebroken en gesloopt. Hij is opgejaagd en zit opgesloten in het donker. Hij voelt zich ten dode opgeschreven. Hij is tot in het diepst van zijn wezen geraakt. Zijn volksgenoten drijven de spot met hem omdat hij in zijn nood vasthoudt aan de Eeuwige. Wie zich met God verbonden wil weten is in de ogen van deze spottende volksgenoten belachelijk. Deze geteisterde mens heeft echter de overtuiging dat er maar één is die hem kan uitredden: God.

Hij constateert dat in de grote nood die hij elke dag beleeft, ook weer overlevingskansen worden geboden. Daarom bezingt hij in vers 25-27 Gods goedheid. Gods goedheid die naar voren komt in de geschiedenis van het volk en die te vinden is in de belijdenissen van Israël. Het meest fundamentele inzicht dat hij heeft verkregen is dat de ellende die hem overkomt niet naar Gods hart is. Hij ziet vertrouwend uit naar het reddend ingrijpen van de Eeuwige.

De Klaagliederen van Jeremia gaan over een complete crises in het bestaan. Elk houvast is uit het bestaan van mensen verdwenen. Er is niets overgebleven van het leven dat men gewend was. Stad en land zijn compleet van de kaart geveegd. In zulk een ellende kun je twee kanten uit: verzinken in de ellende of je hoop vestigen op de Eeuwige. De dichter kiest voor de hoop. Gespannen of stil wachten is een OT uitdrukking voor de hoop die in je is. Het is uitzien naar redding uit een situatie waaruit geen redding mogelijk is.

Niet voor niets zegt het spreekwoord ‘nood leert bidden’. We zien hoe de ballingen terugkeren naar het geloof der vaderen. Hoe zij in hun nood God weer gaan zoeken. We zagen dat ook in WO II. Bij de profeten Ezra en Nehemia lezen we vervolgens hoe mensen in het herstel geobsedeerd worden door economische welvaart en zekerheid. Klinkt ons dat ook niet bekend in de oren.

Iets van de nood die leert bidden vinden we ook terug in die tien dagen tussen hemelvaart en Pinksteren. De discipelen keren terug en komen bij elkaar om te bidden. Ze vormen een gebedsgemeenschap. Ze wachten ‘stil’ op de belofte van HEER.

In 40 dagen hebben ze veel moeten leren. Eerst het lijden en de dood van de HEER. De crisis waarin zij kwamen te verkeren. Al hun hoop was immers de bodem ingeslagen! Niets was er meer van over. Dan de opstanding en de verschijningen. Hun geloof in de HEER kreeg een nieuwe basis. Niet zijn lichamelijke aanwezigheid is belangrijk maar het komt aan op hun vertrouwen in de beloften van de EEUWIGE. De opdracht om te wachten totdat de beloften vervuld worden.

De belofte van het heil van de HEER is alomvattend. De belofte omvat redding, hulp en heling. Het is alomvattend en maakt zalig. De HEILAND staat hierin centraal als voorwerp van hoop. Het gaat daarbij dus over het goede van de HEER.

De profeet wijst ons op nog iets heel belangrijks. Het leren vertrouwen op het goede van de HEER is iets wat je het beste jong kunt leren. Zoals je jong de lessen van de geschiedenis moet leren, zo moet je ook jong leren om op Gods goedheid te vertrouwen. Gods goedheid die we in de zware momenten van het leven zonodig hebben. Ons kruis opnemen, ons juk leren dragen, kan alleen wanneer we hebben geleerd om op het heil van de HEER te vertrouwen en er ook op te wachten.

Jeremia geeft uitdrukking aan zijn hoop. Jezus Christus bood zijn discipelen in een tijd van afscheid nemen opnieuw hoop. Hoop op de belofte dat Hij een TROOSTER zou zenden. In die hoop bleven de discipelen de 10 dagen na Hemelvaart biddend wachten. Hoewel de jaren 40-45 in de vorige eeuw zwaar waren, bleven toch veel mensen hoop houden op bevrijding. Hoop is wat je staande houdt in zware en moeilijke periodes in je leven. Er zijn tot op de dag van vandaag steeds weer opnieuw mensen die door het leven geslagen worden. Ze kunnen daar alleen doorheen komen wanneer ze hoop hebben. In dit bestaan leven vanuit de hoop die God ons biedt is leven vanuit de verlossing die ons geschonken is in het lijden en sterven van onze Heiland. Tegelijk is het ook leven met de TROOSTER die ons als gemeente van Christus geschonken is met PINKSTEREN. Het is GODS GEEST die in ons leven de TROOSTER wil zijn, de TROOSTER gezonden door het HOOFD van de GEMEENTE: JEZUS CHRISTUS.

De discipelen moesten leren om te leven vanuit de verwachting. Ik denk dat wachten en verwachten twee elementen in ons geloofsleven zijn die wij moeilijk en moeizaam onder de knie krijgen. Veel christenen zijn doe-mensen. Het liefst zetten zij GODS handelen naar hun hand. Geloven is echter leren leven vanuit GODS gunstbewijzen. Amen.

RELATED MEDIA
See the rest →
RELATED SERMONS
See the rest →