Faithlife
Faithlife

Openbaring 21

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 1 view
Notes & Transcripts

Geachte Mevrouw Hoekstra, kinderen, kleinkinderen en aanwezigen. In dit uur zijn we bij elkaar gekomen om afscheid te nemen van Harm Hoekstra. Uw man, jullie vader en grootvader moest maandag 1 september het aardse leven loslaten nadat hij op zondag 31 augustus 71 jaar werd. Aan het begin van dit jaar werd hij in het ziekenhuis opgenomen. Hij heeft geworsteld met leven en dood. Hij mocht na die zware inspanning weer naar huis en kreeg nog weer kwaliteit van leven. Tot hij een paar weken geleden last kreeg van zijn lever. Hij werd opnieuw opgenomen in het ziekenhuis, kreeg diverse onderzoeken en kwam woensdag naar huis met de boodschap dat ze hem niet meer konden helpen.

Wie was hij? Hij werd geboren als de jongste van een eenvoudig boerengezin in Oostindië. Hij had twee broers en een zus boven zich. Na het Lager Onderwijs ging hij naar de Landbouwschool in Allardsoog. Naast het boerenwerk hielp hij ook zijn broers met het transportbedrijf.

Op een zondagavond was hij met een vriend in Appelscha. Daar kwam hij Wietske de Groot tegen met een vriendin. De dames werden door de heren naar huis gebracht. Van het één kwam het ander. Ze kregen verkering en trouwden op 26 oktober 1966. Er werden vier kinderen geboren. Twee van hen trouwden en kregen ook weer kinderen. Zo groeide deze familie uit tot 13 personen.

Harm Hoekstra was een rustige, kalme man die geen stress kende. “Moeder hou je toch rustig”, zei hij weleens als zijn vrouw weer eens bezig was om van alles te regelen en te doen.

Wanneer iets hem niet zinde dan kon hij ook heel stil worden.

Hij hield ervan om met de kinderen te stoeien en hoewel hij een hekel had aan spelletjes wilde hij nog wel meedoen met een spelletje Yathzee.

Muziek was wel zijn liefhebberij. Hij mocht graag muziekmaken en hij ging graag naar de oefenavonden van Concordia. Muziek en Concordia hoorden bij het gezin. Op 16 augustus van dit jaar heeft hij nog naar de taptoe staan kijken.  Hij was lid van Concorida sinds de oprichting in 1963. Daarvoor speelde hij reeds bij “Halleluja” vanaf 1949. Alles bij elkaar is zo’n 59 jaar bij de muziek in Zevenhuizen geweest. Daar hoort ook bij dat hij bij de ‘Zeum’huuster Bloaskapel / c.q. het Concertorkest speelde. De Tuba was zijn instrument.

De jongens mochten toen zij klein waren al op de tractor rijden in het land bij het hooien. Dat vonden ze schitterend. Ze mochten veel van vader Harm maar als de ruiten met voetballen sneuvelden dan werd vader boos.

De laatste jaren vond hij het fijn om zondags na kerktijd, als de koffie op was, om samen met zijn Wietske door het land te touren. Uitgaan kon hem niet boeien maar samen zo een ritje maken zinde hem wel.

Harm Hoekstra had een probleem met de tijd. Die ging altijd sneller dan hij dacht. Het gevolg was dat hij om op tijd met de melk aan de weg te zijn met grote vaart door het land moest rijden. Het gevolg was dat de melk al bijna gekarnd was wanneer hij nog net op tijd aankwam en de kinderen hadden blauwe plekken van het heen weer geschud worden.

Harm Hoekstra was belijdend lid en  trouw in zijn kerkgang. Over het geloof sprak hij niet zo vaak. Tijdens zijn eerste ziekbed gaf hij aan bereid te zijn naar zijn Schepper te gaan. Nu bij de tweede keer in het Ziekenhuis vertelde hij daar meer moeite mee te hebben dan aan het begin van het jaar. Vooral omdat hij zo’n zware strijd gekend heeft om beter te worden. Bang om Zijn Schepper te ontmoeten was hij niet omdat hij geloofde in de liefde en de barmhartigheid van de Vader van Jezus Christus. Toen hij vrijdag nog aanspreekbaar was hebben we samen het Bijbelgedeelte gelezen uit het boek Openbaring en gebeden. Gebeden om Gods nabijheid tijdens de reis door het dal van de duisternis.

Openbaringen 21: 4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

Toen ik de laatste keer bij Harm Hoekstra in het ziekenhuis kwam was hij verdrietig omdat hij na de worsteling om het leven in het voorjaar opnieuw geconfronteerd werd met lijden en sterven. Was hij toen bereid om naar zijn Schepper te gaan, nu moest hij opnieuw aanvaarden dat het voorbij was. Vrijdags nadat hij uit het ziekenhuis kwam lazen we aan zijn sterfbed het gedeelte dat we ook vanmiddag hebben gelezen.

Opvallend in dit gedeelte is het grote verschil met het hier en nu. Het aardse leven dat steeds weer de dreiging in zich draagt van ziekte, verdriet en dood en rouw. We staan daar niet zo bij stil maar het leven van de mens speelt zich af tussen geboren worden en sterven. Elk leven kent verschillende vormen van strijd, van nederlagen en overwinningen.

Jezus Christus heeft ook strijd in zijn leven gekend. Hij kwam op aarde, was geliefd en werd verguisd en uiteindelijk door mensenhanden van het leven beroofd. Het was God die Hem uit de dood op deed staan en Hem een verheerlijkt lichaam gaf. Dat is de belofte van de nieuwe mens. Ieder mens die in de Here Jezus gelooft, die gelooft dat Hij zijn of haar verlosser is mag leven vanuit belofte dat hij of zij in Christus een verheerlijkt lichaam ontvangt. De paradox is dat mens die verwacht door Gods barmhartigheid te mogen delen in Christus opstanding, blijft hangen aan dit aardse leven. Het tragische van mens-zijn is dan ook dat ons aardse lot de dood is. Alle mensen is het tot op heden zo vergaan. Het is normaal en tegelijk vindt niemand het echt normaal. Enerzijds berusten we waardig in ons lot maar tegelijk is het tragisch en mensonwaardig. Dit komt omdat we weet hebben van de opstanding van die Ene, die de mens was naar Gods hart: Jezus Christus.

Wanneer je met deze gedachten over het nieuwe Jeruzalem leest, dan wordt je bevestigd in het gevoel dat God het allemaal niet zo gewild heeft. Dan ga je meedromen over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dromen omdat het beeld dat Openbaringen 21 oproept een beeld is dat niet aansluit bij onze aardse werkelijkheid.

In onze werkelijkheid worden mensen immers bedreigd door allerlei ziekten. Bedreigt ook door natuurrampen. Anderen komen om in het verkeer en weer anderen doordat mensen naar de wapenen grijpen.

Wat wij in Openbaringen 21 lezen is van een andere orde. Wat komen gaat zal totaal anders zijn. Het anders wordt door de profeten van het Oude Testament en door de apostelen steeds weer opnieuw verwoord. Zij stellen het volmaakte bij God tegenover het onvolmaakte van het aardse leven.

In het gedeelte in Openbaringen 21 wordt een tipje van de sluier opgelicht zoals het eens zal zijn. Een sluier die is komen te liggen over het paradijselijke. Wat ons beschreven wordt is geschreven als troost voor hen die achterblijven in verdriet. Verdriet omdat een geliefde man, vader en opa is heengegaan. Het gedeelte uit Openbaringen 21 wil ons vertellen dat God een plaats heeft bereid voor allen die in Hem geloven. Een plaats waar de dood niet meer heerst maar het leven. Een plaats waar geen plaats meer is voor ziekte en pijn. Een plaats waar de mens tot zijn recht komt en waar de zonde geen heerschappij meer heeft. Een plaats van heil, van heelheid. Daar mag de mens die zijn aardse leven heeft afgelegd, leven in de gemeenschap met de Vader en de Zoon. Daar wordt Pasen een levende werkelijkheid.

Het gelezen Bijbelgedeelte vertelt ons van de hoop die er is. Hoop dat de werkelijkheid die wij kennen wordt omgezet in een werkelijkheid zonder pijn en verdriet. Harm Hoekstra was verdrietig toen hij geconfronteerd werd met de boodschap dat hij niet meer kon genezen. Verdriet omdat hij moest loslaten die hem lief waren. De wetenschap dat je afscheid van elkaar moet nemen. De pijn die dat met zich meebrengt. Tegelijk de belofte van hoop. Hoop die Harm Hoekstra had in zijn geloof in God. Hij was graag hier gebleven. Hij maakte al weer plannen om weer muziek te gaan maken. Een grote liefde in zijn leven. Wie weet is hij al opgenomen in het grote hemelse orkest en mag hij daar zijn geliefde instrument bespelen.

Alles zal daar volgens de belofte anders zijn, totaal vernieuwd. Dat zegt immers degene die op de troon zit: Ik maak alles nieuw.

Ik maak alles nieuw, dat wil zeggen dat niets bij het oude blijft. Het oude is voorbij! Het oude staat voor alles wat wij kennen: de onvolmaaktheid van dit bestaan. Jezus Christus, die het begin en het einde is geeft zelfs de belofte dat het zich reeds voltrokken heeft.

Een belofte die hij verwoordt in het evangelie wanneer hij zegt dat in het huis van zijn vader veel plaats is. Hij is naar zijn Vader gegaan om allen die in Hem geloven een plaats te bereiden. Een belofte die ons troost in ons stervensuur, een belofte die troost biedt aan hen die achter blijven. Betekent dat dan, dat we niet verdrietig mogen zijn? Natuurlijk mogen we verdrietig zijn. Immers de Heiland zelf is ook verdrietig als Lazarus, één van zijn vrienden sterft. Wanneer we afscheid moeten nemen van een geliefde dan mogen we verdrietig zijn. Tegelijk hoop ik dat u zich getroost weet door de belofte die we in de Schrift vinden en horen: zie Ik maak alle dingen nieuw.

Ik wil eindigen met twee coupletten uit een bekend lied van Hanna Lam

Nu gaan de bloemen nog dood, // nu gaat de zon nog onder.

En geen mens kan zonder // water en zonder brood.

Nu ben je soms nog alleen. // Nu moet je soms nog huilen

en als je weg wilt schuilen // kun je haast nergens heen.

Refrein.

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,

de hemel en de aarde.

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.

de hemel en de aarde.

In de handen van de God die alles nieuw maakt, bevelen wij  de geest van Harm Hoekstra.

Amen

RELATED MEDIA
See the rest →
RELATED SERMONS
See the rest →