Faithlife
Faithlife

Psalm 139 - Geert Ausma

Sermon  •  Submitted
0 ratings
· 4 views
Notes & Transcripts

Geachte Mw. Ausma, kinderen en kleinkinderen, familie en belangstellenden. We zijn vandaag bij elkaar om afscheid te nemen van Geert Ausma en hem voor Gods aangezicht te gedenken. Hij overleed j.l. vrijdag 6 juni in de leeftijd van 75 jaar. Zoals we reeds hoorden heeft hij zo’n 8 maanden met pijn geleefd.

We willen Geert Ausma gedenken vanuit de woorden van Psalm 139: 1 “HERE, Gij doorgrondt en kent mij”. Voor Geert Ausma waren dat woorden van troost. Troost omdat hij wist dat hij gekend was door God. Gekend zoals een kind gekend is door zijn of haar ouders. Ouders weten, soms intuïtief soms door het gedrag van hun kind, dat er iets aan de hand is. Een kind kan daar soms verbaasd op reageren: hoe weet u dat? Een kind voelt zich dan gekend en voelt zich veilig bij ouders die daar op een positieve manier mee omgaan. Zo mag een mens zich veilig voelen bij God. Wanneer wij ervaren door God gekend te zijn dan is dat een positieve ervaring.

Er zijn echter ook mensen die afwijzend op deze gedachte reageren omdat ze niet in een God kunnen geloven die ons kent, die weet wat we doen.

David, de dichter van Psalm 139, heeft de ervaring dat God hem kende als positief ervaren. Hij stond in een intieme relatie met God. Wie echter op de hoogte is met Davids leven weet dat zijn leven ook enkele dieptepunten kende. Ik hoef u alleen maar het verhaal van Bathseba en Uria te noemen. Een verhaal van overspel en moord. God kende David persoonlijk, de profeet Nathan legt in Gods opdracht ook de vinger bij deze situatie. Voor sommige mensen is dat misschien te persoonlijk. God onderzocht het gaan en het liggen van David, in hedendaagse woorden Davids levenswandel werd door God gevolgd. Niets blijft er verborgen voor God. Dat betekent ook dat geen excuus of rechtvaardiging is voor wat David doet. Hoe vaak denken wij mensen niet dat we iets geheim kunnen houden voor anderen, zelfs voor God. Dat is echter ver buiten de waarheid. Uit de tekst van de Psalm blijkt dat ook wanneer we ons verbergen of vluchten dat God ook daar is. God weet het als ik ergens zit, sta, ga of lig. Ja zelfs de woorden die ik spreek kent God.

Ik kan mij voorstellen dat er vandaag mensen in ons midden zijn die deze gedachten afwijzen. Die het mogelijk zelfs beangstigend vinden dat er een God zou zijn die op deze wijze deel uitmaakt van ons leven. Stelt u zich eens voor dat u een pottenbakker bent. U maakt van klei een prachtige pot. De pot zegt echter: die, die heeft mij niet gemaakt. Dat is een prutser. Ik weet dat dit beeld valt of staat met het geloof dat God bestaat en dat God hemel en aarde geschapen heeft. Ik het nu niet over een wetenschappelijke positie maar over de positie van het geloof. Het geloof is immers de zekerheid van wat wij hopen en tegelijk het bewijs van het onzichtbare.

Wij geloven immers dat er een biljoen sterren zijn en dat er werelden zijn waar wij niet eens weet van hebben. Indien God – wat ik dus geloof – de schepper is van heel de kosmos, wanneer Hij dit alles in stand houdt, wie ben ik dan in verhouding tot Hem? Wie kent zichzelf? Een genetisch wetenschapper zette het alles op een rijtje: het hart pompt per dag zo’n 4400 liter rond, dat is in een gemiddeld mensenleven meer dan 242 miljoen liter. Het slaat zo’n 2,5 biljoen keer tijdens een leven. In elke cel van het menselijk lichaam bevinden zich 46 chromosomen, die elk weer miljoenen basisparen bevatten. Elk chromosoom bevat weer zo’n 2000 genen. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Iemand heeft eens uitgerekend dat het menselijk lichaam zoveel DNA bevat dat de zon er 260 keer mee omwikkeld kan worden.

Wanneer ik dat soort dingen lees, dan kan ik niet anders dan, zelfs los van de Bijbel, geloven dat er achter uw en mijn bestaan een Schepper is. De Bijbel noemt deze Schepper God. Wanneer God mij geschapen heeft dan kent Hij mij dus beter dan ik mijzelf ken. Hij kent niet alleen mijn lichaam maar ook – stelt de Psalmist – de meest verborgen plekjes in mijn gedachten. Gods Woord is levend stelt de apostel, het dringt zo diep in mij door dat het overleggingen en gedachten bloot legt. Niets blijft voor de Eeuwige verborgen, voor Hem die van ons rekenschap vraagt voor ons leven. Ook van Geert Ausma. In mijn gesprekken met hem bleek dat Geert Ausma vol vertrouwen naar God ging. Hij vertrouwde volledig op het verlossende werk van zijn Heiland Jezus Christus. Hij was er niet bang voor dat Gods zelfs zijn meest verborgen gedachten en overleggingen kende.

David, de psalmdichter, realiseert zich dat er voor hem geen enkele manier is om aan God te ontkomen. Deze gedachte kan ons overweldigen. In onze tijd zijn we immers zeer gesteld op onze privacy. Ook onder gelovige mensen zijn er velen die God op bepaalde momenten liever buiten sluiten. God kun je echter niet buiten sluiten. In de tijd dat deze psalm geschreven werd, geloofden mensen – zoals trouwens ook vandaag – in vele goden. De god van de heuvels, van de stad, van de seksualiteit, etc. etc. Men geloofde ook dat die goden gebonden waren aan de plaats waar ze vereerd werden. Echter David besefte in zijn tijd al dat de God van Abraham, Isaac en Jacob universeel was. Zelfs al zou je vluchten naar het andere eind van de aarde schreef hij, God was ook daar.

De mens kan niet vluchten omdat Gods Geest met ons meegaat. Een gezin ging eens verhuizen. Eén van de kinderen, nog erg jong, ging voor hij naar bed ging voor het raam staan en zei: tot ziens God, ik ga verhuizen. Wat deze jonge niet wist dat God met hem meeging. In zijn nieuwe woonplaats ontdekte hij dat God hem nog even nabij was.

Soms komt God ook weleens te dichtbij. Dat lezen we bijvoorbeeld in het verhaal van Jona. God zei hem dat hij naar Ninevé moest gaan en daar Gods Woord moest verkondigen. Jona wilde echter niet dat de vijanden van zijn volk gered zouden worden en sloeg op de vlucht. Hij dacht dat God hem dan wel niet zou vinden. God verraste hem en ontmoette hem op de zee.

Om God te ontmoetten moet je naar Hem zoeken. Wie Hem zoekt, zal Hem ook vinden zei Jezus Christus. Wie naar Hem vraagt zal ook antwoord krijgen. Wie op Zijn deur klopt zal worden opengedaan. God is overal, maar je moet wel naar Hem zoeken wil je Hem ontmoeten.

In Davids gedachtevorming begon het te dagen. Gods kennis van hem was iets goeds en niet iets slechts. Het was juist in zijn – Davids’ belang – dat God aandacht aan hem gaf. De Here Jezus zegt in het evangelie: bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Dat zijn woorden die ons leren dat het niet gaat om het betrappen op een fout, of zoals de bijbel dat noemt: zonde. In tegendeel het feit dat God zelfs weet hoeveel haren wij hebben is een teken van zijn liefde. Zijn oog is op ons! God let op ons en geeft een ieder kracht die Hem daarom vraagt. Kracht kreeg Geert Ausma tijdens zijn ziekbed. Natuurlijk had hij verdriet dat hij degenen die hem lief waren los moest laten maar tegelijk kreeg hij van God de kracht omdat te doen.

RELATED MEDIA
See the rest →
RELATED SERMONS
See the rest →